Overbezetting in buitenschoolse opvang aangepakt

 

De Edegemse scholen zijn populair. Niet enkel
binnen de gemeente, maar ook heel wat ouders woonachtig buiten Edegem laten hun
kinderen onderwijs volgen in de grotgemeente. De gevolgen daarvan op de buitenschoolse
opvang probeert het bestuur nu aan te pakken.

“Het is een goed teken voor de kwaliteit van ons onderwijs en de goede en betaalbare kinderopvang dat ouders bewust kiezen voor Edegemse scholen”, zegt schepen van Kinderopvang Jeroen Van Laer. “Dat heeft echter ook gevolgen voor de capaciteit. Om het huidige probleem van de structurele overbezetting van het Initiatief buitenschoolse Opvang (IBO) De Speelclub aan te pakken, zijn dus veranderingen in de werking noodzakelijk. Zo niet dreigt het gemeentebestuur de erkenning en de subsidiëring van Kind en Gezin voor de huidige 140 plaatsen te verliezen.”

“Daarom zullen ouders vanaf volgend jaar alle opvang online moeten reserveren”, licht Van Laer toe. “Momenteel geldt dit enkel voor schoolvrije dagen en vakantiedagen. Met een online reservatiesysteem kan de toegelaten capaciteit niet worden overschreden. Wie geen computer of internetaansluiting heeft, blijft evenwel niet in de kou staan. Die mensen kunnen terecht in de bibliotheek, op het gemeentehuis, het OCMW of op de kinderopvang- en jeugddienst zelf. Bij de toewijzing van de plaatsen zullen we met een voorrangsregeling werken: eerst kinderen die in Edegem wonen, dan degenen die in Edegem naar school gaan en daarna kinderen waarvan minstens één ouder in onze gemeente werkt. Daarnaast zullen de kinderen een kwartier later aan de scholen worden opgehaald. Hierdoor zullen de rijen beperkter zijn qua grootte en kunnen de verplaatsingen veiliger verlopen.”

“Algemeen beschouwd ben ik best tevreden over de nieuwe regeling”, concludeert schepen Van Laer. “Een belangrijk voordeel is dat we de behoefte voor de buitenschoolse opvang in Edegem eindelijk goed in kaart kunnen brengen. Op die manier kunnen we het samen met de scholen beter opvolgen en bijgevolg eveneens beter inschatten wat er in de toekomst nodig zal zijn.”